Adrian Paci, Lives in Transit, Jeu de Paume

april 22, 2013 § Een reactie plaatsen

Adrian Paci, Lives in Transit, 26 februari t/m 12 mei, Jeu de Paume, 1, Place de La Concorde, Parijs (F). open dinsdag 11-21 uur. Woensdag t/m zondag: 11-19 u. www.jeudepaume.org. Tweetalige  catalogus. 160 pag. Uitgeven door Mousse Publishing, Montreal Museum of Contemporary Art en Jeu de Paume, € 35.

Het zuiltje ligt er zwaar, maar wat verloren bij aan de Place de la Concorde in Parijs. Daar stikt het van de klassieke architectuur. Maar dit Korinthische zuiltje is made in China, zoals alles tegenwoordig. De steen komt uit een Chinese groeve, waarna Chinese beeldhouwers, met hun bedrijfsnaam op hun rug,  vervolgens een zuil uithakken  in een vrachtboot met open ruim. Tijdens de reis naar Europa worden transport en productie efficiënt samengevoegd. Het is Paci’s meest recente werk, in opdracht van het Jeu de Paume waar zijn solo-expositie ‘Lives in Transit’ nu te zien is. Paci (Albanië, 1969) filmde het prachtig: de zwaarte van de steen als die neervalt, de hamers die wiggen in de steen drijven, het met marmergruis bepoederde gelaat van de meestersteenhouwer. Het schip stampt en rolt en ploegt door de golven.  Dit nieuwste werk ‘The Column’ maakte Paci voor zijn eerste solotentoonstelling in Frankrijk. En ook dit werk is een echte Paci: hij filmt gewone mensen op de huid. Maar hoe mooi dat ook is, het gaat vooral over globale trek, over hoe een niet bestaande klassieke Griekse zuil uit China de hele aarde oversteekt. De zuil is ontheemd, zoals zo veel van de mensen die hij in zijn video’s vastlegt.

Image

Paci in Parijs is beduidend lyrischer dan Paci in BAK, Utrecht in 2006. Op die tentoonstelling overheerste de documentaire aanpak, ging het vooral om verhalen van Albanese vluchtelingen, van zichzelf, van zijn eigen kinderen die voor de camera een verhaaltje vertelden.  Ergens diep ver weg weerklonk een gevoel van verloren onschuld. Een gevoel van ontheemdheid en onrechtvaardigheid overheerste daar. Zo niet in Parijs. Daar wint de betovering. Dat is niet vreemd, die hoort al net zo bij Paci als zijn concentratie op de mens en diens ontwapenende streven naar geluk en voorspoed. Paci vierde in 2005 tijdens de Biënnale van Venetië triomfen met zijn glimwormpjesvideo ‘Turn On’: hij filmde een handjevol mannen met doorgroefde koppen, gezeten op een tribune. Als de avond valt, starten ze een voor een hun door een generator aangedreven lamp op. Armoede moge die vorm van verlichting misschien aanjagen, maar Paci ving een hoopvolle, intiem soort schoonheid, niet in de laatste plaats dankzij zijn shots van doorgroefde koppen.

Net voordat het al te mooi wordt, klinkt zachtjes maar niet te negeren de grondtoon van al zijn werk: die mensen zijn op zoek naar een beter bestaan. Dat is een vrij tastbare realiteit in het Albanië waar de kunstenaar opgroeide en vanwaar hij zelf ook met zijn gezin in 1997 vertrok om een beter leven in Italië op te bouwen.  Dat streven moet welhaast ook  de drijfveer zijn van de mensen, die in ‘Centro di Permanenza Temporanea’ (2007) een vliegtuigtrap bestijgen, geduldig in een rij. De permanente tijdelijkheid uit de titel is een staat van bevroren flux. De trap leidt nergens toe. Terwijl in de verte vliegtuigen opstijgen, wachten de mensen op niets.  Feilloos legt Paci de gelatenheid op die doorgroefde, door de zon geteisterde gezichten vast. Pacis nowhere people zijn soms jong, soms oud. Soms zijn ze vrouw, meestal man.

De grondtoon is altijd politiek. In de film ‘Electric Blue’ praat een huisvader smakelijk over zijn activiteiten als lokale filmer, die bruiloften en begrafenissen filmt met zijn videocamera. Dan raadt een goede vriend hem aan porno te gaan kopiëren. Zo geschiedt, hij neemt banden op en leent ze uit aan de gretig naar lust verlangende mannen in zijn stad. Wel zestig tapes vol porno heeft hij, ooit verboden in Albanië, getapet van de Joegoslavische tv. Tot de oorlog in Kosovo begint. Dan tapet hij die, een dag, een week, een maand, jaren. Tot hij zestig tapes oorlogsbeelden heeft. Van seks naar dood en geweld, de stap lijkt slechts een kwestie van tijd. Porno en dood mixen op een onverwacht logische manier onder de handen van Paci.

Adrian Paci begon pas met  filmen nadat hij zich in Italië had gevestigd. Daarvoor schilderde hij, het liefst portretten. De schilderijen in  ‘Lives in Transit’ zijn nageschilderde filmstills uit films van Pasolini, of gebaseerd op foto’s van Albanese bruiloften. De doeken zijn statisch maar suggereren beweging, fragmentatie, een verhaal. Paci laat zien dat hij voorgoed in een filmer is veranderd. Gelukkig maar. Zijn wil om de eigen achtergrond als vertrekpunt te nemen, zonder dat het te letterlijk, te persoonlijk wordt, maken zijn films krachtig. Lokaal maar universeel. Werelds en dromerig tegelijk. Maar altijd met een intense waardering voor de kwetsbare mens.

Deze recensie verscheen in H ART # 110. http://www.kunsthart.org

Advertenties